Bestuivers
1. Bestuivers
1.1. Herstel bestuiverpopulaties
1.1.1. Doel: Herstel van bestuiverpopulaties op basis van ecoprofielen
- De veelheid aan soorten wilde bijen en zweefvliegen die in Nederland voorkomen, terug te brengen tot een beperkt aantal ‘ecoprofielen’ voor bestuivende insecten;
- Het ontwikkelen van vuistregels voor de randvoorwaarden die deze groepen bestuivers stellen aan hun leefomgeving, waarmee actoren samen kunnen werken aan een natuurnetwerk voor bestuivers waar een veelheid van soorten duurzaam kunnen voorkomen (een ‘bijenlandschap’).
1.2. Eisen van bestuivers aan
- Voedselhabitat
- Diversiteit aan bestuivers en voedselplanten
- Stuifmeelspecialisten
- Bloeibogen
- Afwezigheid gewasbeschermingsmiddelen
- Voortplantingshabitat
- Zon en beschutting
- Afstand tussen voedsel- en voortplantingshabitat
- Ruimtelijke samenhang tussen leefgebieden (actieradius / vliegafstand tussen leefgebieden tijdens dispersie / natuurnetwerken voor een grotere ruimtelijke samenhang)
- Vegroten totale oppervlak leefgebied (aanleg of uitbreiding)
- Kwaliteitsverbetering bestaande leefgebieden (variatie)
- Vergroten connectiviteit (verbindingszones, stapstenen)
1.3. Bestuiverstypen
- Bijen (nesten)
- Ondergronds nestelen (70%)
- Bovengronds nestelen in hout of stengels (17%)
- Broedparasieten
- Zweefvliegen (geen nesten)
- Bladluiseters (zoofaag
- Water- en modderbewoners (aquatisch saprofaag)
- Planten- of paddenstoeleters (fyto- en fungifaag)
- Houtmolmbewoners (terrestrisch/saprofaag)
1.4. Ecoprofielen (bouwstenen)
- Bed & breakfast-gebieden
- Verbindend landschap
- Bij-tankstations
1.5. Ecoprofielen (methode)
- Stap 1: Overzicht relevante soorten per landschapstype
- Stap 2: Samenstellen van groepen bestuivers die overeenkomen in hun habitatvoorkeur (ecoprofielen) met vuistregels voor inrichtingsmaatregelen op landschapsschaal
1.6. Ecoprofielen hogere zandgronden
- Bosrand & grazig
- Grazig droog
- Grazig nat & droog
- Bos
- Heide en stuifzand
1.7. Analyse van netwerk bestuivers
- Kaartmateriaal natuurgebieden en natuurlijke gebieden (ecobeheer, vegetatietype)
- Voor welke ecotypen geschikt?
- Aanwezigheid verbindend, lijnvormig habitat
- Uitwerken op kaartmateriaal
1.8. Identificeren van maatregelen ter verbetering van het natuurnetwerk
- Oppervlakte-uitbreiding
- Creëren leefgebieden
- Vergroten uitwisselingsmogelijkheden
Voor uitwerking ecoprofielen en vuistregels verschillende gebieden zie:
Ozinga, W. A., G. A. de Groot, S. van Rooij, D. Sanders, S.M. Hennekens, M. Reemer & A. Stip, 2022. Ecoprofielen voor wilde bijen en zweefvliegen; Handvaten voor inrichtingsmaatregelen op landschapsschaal. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3131. 70 blz.; 54 fig.; 1 tab.; 58 ref.